Sappig

De lieve vrouwelijke stem van de Tomtom zegt dat we nog 1361 kilometer te gaan hebben als we vertrekken naar onze vakantiebestemming. De papieren ANWB kaart gaat dit jaar niet meer mee. Niet meer nodig. En zeg nou zelf, wat is er plesanter dan een aardige Belgische dame die je de weg wijst? Zelf rijd ik liever met de Belgische man. Ik weet niet hoe het komt, maar van hem neem ik eerder iets aan dan van haar. Voor manlief zal het andersom ook zo zijn, vul ik voor hem in. Zo fijn, dat dit Belgische stel (ik ga er gemakshalve van uit dat ze bij elkaar horen) onder alle omstandigheden rustig en vriendelijk blijft. Ze weten altijd de juiste weg, wijzen ons op eventuele files met alternatieve routes en twijfelen nooit bij het nemen van een afslag. Zij gaan gezellig met ons mee. Als er gewisseld wordt van bestuurder, wisselen we ook de stem.

Als mijn man de auto parkeert bij een wegrestaurant aan de Route Soleil voor een kop koffie en om even de benen te strekken, maakt de Belgische dame hem er vriendelijk op attent dat hij weer terug moet keren in oostelijke richting.
Terwijl we uitstappen parkeert er een auto met man, vrouw en een hond naast ons. De man stapt uit en begint gelijk blij tegen mij te praten:  “Het lijkt hier wel een invasie van Nederlanders!”  De man klinkt als de man van het stel dat ons de weg wijst. Vriendelijk en zacht maar ook erg vertrouwd. Een snelle blik op het kenteken van de auto bevestigt mijn vermoeden. Hij moet mijn gevoel van herkenning gemerkt hebben. Ongevraagd vertelt hij verder over zijn ervaringen met Nederlanders. Hij vindt ze makkelijk en open.  “Mevrouw, zoals wij nu in Frankrijk op een parkeerplaats met elkaar staan te praten dat is bij ons in Oost-Vlaanderen toch ondenkbaar ?”.  Voor ik antwoord kan geven begint hij over de toestand in België; de regeringen met zijn vele partijen. In Nederland vindt hij het zo veel beter geregeld. Hij houdt van Nederland en van haar bewoners. “Mevrouw, wij hebben laatst een reis gemaakt met twaalf mensen waarvan vier Nederlanders; Limburgers. Ik ben zó zot op die Limburgers, ze zijn zo sappig!”  
Ik vraag me af of hij mij ook tot de Limburgers rekent, maar stel de vraag toch maar niet. Zijn hond begint ondertussen ongeduldig te blaffen en zijn vrouw is inmiddels zwijgend vertrokken naar het “weg”restaurant.  Ik wijs hem op de dwingende signalen van zijn hond en wens hem een goede reis verder.

Eenmaal terug in de auto herhaalt onze Belgische vriendin dat we verder moeten in oostelijke richting. Ik ruil haar in voor haar partner. Ook hij is van mening dat ik in oostelijke richting moet vertrekken. Volgzaam voeg ik op zijn aanwijzingen in op de snelweg: “Blijf 120 km op deze weg”.  Ik weet het, het slaat nergens op, maar met mijn beste Belgische accent dank ik hem hardop voor de informatie en zeg hem dat ik blij ben dat hij weer met mij mee verder reist.  Nu heb ik er echter ineens een gezicht bij met een hond. Ik kijk voor de zekerheid ook nog even in de achteruitkijkspiegel… Nee, natuurlijk niet!

Misschien zijn het mijn Limburgse roots, maar ik blijf me tijdens de verdere reis regelmatig afvragen hoe dit alles zal klinken in het Limburgs. In het sappig Limburgs.  Maar dan toch liever zonder beelden graag!

©Lizziebizzies, augustus 2019