Queen Ann

Vanmorgen moest ik denken aan de lievelingsstoel van mijn moeder. Een mooie Queen Ann, met op de houten armleuningen kussentjes van dezelfde stof als op de zitting en rugleuning.  Ze had hem al eens laten opknappen met een nieuw binnenwerk en een ander stofje waar je geen of nauwelijks vlekken op kon zien.  Ze zat er graag en veel in. Ter bescherming van de dure stof had ze er ook altijd wel een soort plat kussen in liggen of een opgevouwen badlaken, met daaroverheen weer een mooi sloopje.

Bij de verhuizing naar haar laatste thuis in een verzorgingshuis wilde ze hem niet meer meenemen. Mijn zus en ik moesten maar kijken wat wij er mee deden, maar zij hoefde hem niet meer.  Ze deed, zonder ons hierbij aan te kijken, afstand van haar lievelingsstoel en koos een van de eetkamerstoelen met kunstleren zitting tot haar vaste zetel. Een andere stoffen fauteuil, waar ze nooit in zat, mocht wel mee. Die was voor de visite. Veel meer stoelen pasten ook niet in haar nieuwe kleine kamertje. En moeders wil was wet.

Bij het leeghalen van haar oude huis en het opruimen van onze jeugd werd ons al snel duidelijk waarom de lievelingsstoel niet meer mee mocht.  Er was nog geen vlekje op te zien, maar het binnenwerk had een typische penetrante geur, die ons al wel vaker was opgevallen, maar altijd werd afgedaan met steeds weer een andere verklaarbare reden.  Zorgvuldig en subtiel stelden wij voor het binnenwerk toch nog een keer te laten vervangen en er een kunststoffen bekleding op te maken. Boos en geïrriteerd veegde ze ons voorstel direct van tafel. Er was niets met de zitting aan de hand. En ook niet met haar bekkenbodem. Ze was er gewoon op uitgekeken.  Het opknappen van de stoel met het ‘onderliggende’ probleem was duidelijk niet bespreekbaar.  En daarom besloten mijn zus en ik uiteindelijk, met haar toestemming, de mooie oude stoel te verkopen op een rommelmarkt aan misschien wel een handige liefhebber, met kijk op authentieke Queen Ann’s.

Een kwieke kale man van een jaar of vijftig, die bij het openen van de markt zijn oog al direct op de Queen Ann liet vallen, bezocht onze kraam regelmatig en bekeek dan ook de stoel aandachtig. Toen hij er in ging zitten keken wij elkaar verschrikt aan. Als hij maar niets ruikt!  Nog veel bezoekers hebben die dag, tot ons vermaak, de stoel bewonderd, er op gezeten, een bod gedaan en zijn ook weer doorgelopen.  Tja, hoe neem je zo een stoel immers mee? Even leek het er op dat ie weer mee huiswaarts zou gaan. Totdat de kwieke kale vijftiger,  duidelijk blij dat Queen Ann er nog stond, ons 25 gulden bood. Alles beter dan mee terug naar huis nemen. Dus, verkocht!  De man betaalde, wenste ons een fijne dag en tilde de stoel, met beide handen om de kussentjes van de armleuningen, op en zette hem ondersteboven met de zitting op zijn kale hoofd…
Toen wij thuis het verhaal van de kale man en de stoel aan mijn moeder vertelde, kon ze er gelukkig smakelijk maar ook hoofdschuddend om lachen.

© Lizziebizzies, 15 mei 2020