Kniekousen

Al dagen rook het naar boenwas, witkalk en groene zeep. Zonder gordijnen was de huiskamer kaal en was het geluid in huis anders dan normaal. Buiten lagen de vloerkleden om met de mattenklopper bewerkt te worden. In het midden van de huiskamer stond een houten inklapbare huishoudtrap, die kraakte als je er op ging staan. De meubels die er nog stonden waren bekleed met oude gordijnen en tafelkleden waar de gedroogde kalkspatten van voorgaande jaren nog op te zien waren.

Mijn moeder had een hoofddoek om, ter bescherming van haar permanent en ze droeg een schort over haar speciaal voor deze grote schoonmaak bewaarde oude jurk. Ook haar oude schoenen, die zij gebruikte bij het schrobben van de stoep, zaten onder de kalkspatten.​ Zo stond zij met een witkwast het plafond te witten. Het was lente en met Pasen moest alles klaar zijn. Alle ruimten in huis werden op dezelfde manier behandeld: ze moest de kasten leeghalen, schoonmaken en witten en daarna de planken voorzien van nieuw kastpapier. Alles wat uit de kasten kwam werd door mijn moeder zorgvuldig uitgezocht en weer opgeruimd. Ze sopte de deuren en ramen, ze boende het zeil evenals de houten meubelen. Het duurde weken. Ik herinner me de eindeloze afwas van glazen en serviesgoed waarbij ik werd ingezet om af te drogen en te inspecteren op breuk of beschadigingen. Kopjes met een schilfertje of stukje er af, bewaarde ze nog even. Het was immers zo Pasen en dan kwamen ze goed van pas bij het verven van de eieren.

Mijn vader moest overdag werken en werd ’s-avonds ingezet om meubels van links naar rechts of van boven naar beneden te verplaatsen. Als mijn moeder alles had gewit, kon hij in het weekend de kamer behangen. Maar ook in de tuin moest nog het een en ander gebeuren.

Er kwam geen wasdroger, vaatwasser, winterschilder of elektrische grasmaaier aan te pas. Tijdens de grote schoonmaak ging het gezinsleven gewoon door: de boodschappen, de was, het koken en het eten. Er was ook geen afhaalchinees of een maaltijdservice voor een tijdbesparende hap. Het enige gemak dat er was, waren de groenten in blik. Of in plaats van een warme maaltijd, brood met een gebakken ei.

Op woensdagmiddag werd speciaal voor mij tijd gemaakt om in de stad nieuwe kleren te kopen. Een jurk met een vestje, schoenen en kniekousen. En … eierverf! Allemaal voor Pasen.

Zaterdag voor Pasen werd er van zolder een rieten mandje gehaald. Met groen stro en een kartonnen ei dat uit twee helften bestond die op elkaar pasten. ’s-Middags kookte mijn moeder eieren. Ze zette de kapotte kopjes, met daarin een gekleurd blaadje uit het pakje eierverf met een scheut azijn, klaar om de eieren in te kleuren. Het was een secuur werkje om je vingers schoon te houden als je het gekleurde ei met een lepel uit het kopje viste. De droge gekleurde eieren gingen tenslotte in het rieten mandje met stro. Klaar om verstopt te worden. Dan werd het kartonnen ei nog gevuld met groene, gele en witte snoepjes in de vorm van een eitje. Nog één nachtje…

Pasen! Met voor mij als hoogtepunt het paasontbijt. Eindelijk mocht ik mijn nieuwe kleren aan. Naast ieders bord stond een eierdop met een zelf gehaakte eierwarmer in de vorm van een kip. De grote vraag was of het speciaal voor dit paasontbijt zacht gekookte eitje ook een kleur had. Nooit meer ben ik zó blij geweest als toen bij het zien van een gekleurd ei.

Na het ontbijt mocht ik naar buiten. Eieren zoeken en spelen!
Mijn ouders bleven binnen, die hadden even geen puf meer. 
Ik weet nog goed hoe het voelde. Pasen, de overgang van de winter naar de lente, van de maillot naar de kniekousen. De soms nog koude wind tegen je blote knieën en bovenbenen. Fijn dat de nieuwe kniekousen toch nog enige warmte boden. Tenminste, als ze niet steeds afzakten …