Dromen

Boos komt hij mijn kamer binnen. “Stomme school, stomme juf, stomme kinderen, stomme alles!” Hij frutselt wat met zijn vingers, zijn kin op zijn borst.
Alsof ik een pasklare oplossing voor hem heb, komt hij naast me staan. Me ook niet echt raad wetend met deze situatie, besluit ik niet te vragen waarom hij zo boos is, maar gooi ik het over een andere boeg.

“Wat ga je doen dit weekend?”
Hij denkt zichtbaar na. “Niks leuks, ik haat weekenden”.
Dan maakt hij enkele van zijn karakteristieke bewegingen waaruit ik aflees dat hij iets aan mij wil vragen of vertellen.
“Kun jij autorijden?”
“Ja.”
“Ik koop later een Tesla. Ken jij die?”
“Ja, die ken ik, sterker nog, ik heb er wel eens in gezeten.”
“Wow, écht?”
“Ja, echt. Maar niet als chauffeur hoor, gewoon er naast.”
“Welke kleur had die auto?”
“Zwart.”
“Ik wil een witte. Welk type was dat, waar jij in zat?”
“Dat weet ik eigenlijk niet, gewoon een heel mooie!”
“Had die auto ook een dak waardoor je naar de lucht kon kijken?”
Om het gesprek niet te lang en uitgebreid te laten worden, antwoord ik met een enthousiast “ja dat had ie!”
“Dan zat je in een Tesla X, die wil ik ook! En dan mag jij daar ook in. Kun je ook eens in een witte zitten. En verderop mag jij dan achter het stuur, want ik denk dat jij dat wel leuk vindt. Volgens mij ga jij heel hard.”
Zijn hoofd staat weer rechtop en er schitteren lichtjes in zijn ogen.
Zijn bewegingen laten weer zien dat er iets gaat gebeuren. Hij pakt met zijn handen een denkbeeldig stuur vast, maakt een schakelbeweging rechts van hem en scheurt vervolgens een paar rondjes geconcentreerd met een hard ‘vroem, vroemgeluid’ mijn kleine kamertje door.
“Ho! Stop!” roep ik. Volgens mij maakt een Tesla helemaal geen geluid?!”
Verschrikt staat hij stil. “O ja, dat is waar!” En zo scheurt hij geluidloos terug naar zijn klas.