Aandacht

Al jaren geen griep meer gehad. Griepspuit halen? Welnee, waarom?  Maar toch bereikte ik ergens het punt dat ik dacht, dit gaat niet goed!  Eerst verzette ik me er nog tegen. Warm bad, vroeg naar bed. Maar dan ineens is er het moment dat je weet dat het je het te pakken heeft. Pas als je het hebt weet je weer hoe het voelt. En dan komen de vragen: “Waar heb ik het opgelopen? Wie heeft mij besmet?” Alsof er een schuldige is aan te wijzen voor dat gevoel van algehele malaise. En “waarom heb ik niet voldoende weerstand?”

Als kind vroeg ik me dit allemaal nooit af.  Meestal was het mijn moeder die constateerde dat ik ziek was. Wel pas nadat ze de koorts had gemeten. Nee, een oor-thermometer bestond toen nog niet! En hoe ziek ik me ook voelde, hoe fijn was het als zij besliste dat de bank in de woonkamer een ziekenbedje werd. De slaapzak kwam tevoorschijn, het hoofdkussen van mijn bed werd naar beneden gehaald en ik kon me overgeven aan het ziekzijn en vooral aan snel weer beter worden.
De salontafel werd tegen de bank geschoven, met daarop een kopje lauwe kamillethee (zelf geplukt en gedroogd), een glaasje water en een blikje Dampo. De radio stond zacht aan (Arbeidsvitaminen, of Raden Maar van Kees Schilperoort) en mijn moeder deed het huishouden terwijl ze me nauwlettend in de gaten hield.
Na schooltijd mocht er één vriendinnetje komen. Dan kon mijn moeder even een boodschapje doen in de buurtwinkel. 
Als het gezin rond 18.00 uur weer compleet was, werd er gegeten. Ik weet nog hoe het voelde om toeschouwer van het avondeten te zijn  vanaf de bank. Dan was je pas écht ziek.
Speciaal voor mijn avondeten was mijn moeder de vliering op geweest. Daar bewaarde zij haar weckpotten met bosbessen die ze de zomer er voor in het bos had geplukt. Hét medicijn tegen alle ziektes die er bestonden.  En als die bosbessen naar beneden kwamen dan wist je dat het een serieuze zaak was. Maar je wist ook dat het vanaf nu weer snel beter zou  gaan.
Na het eten werden er nog wat meubels verschoven zodat ook de patiënt vanaf de bank tv kon kijken. Er was geen bedtijd, ik mocht gewoon in de kamer in slaap vallen. Ik herinner me daarvan alleen nog de sterke armen van mijn vader, waarmee hij mij, half slapend, over zijn schouder naar boven droeg en op zijn plekje in het grote bed legde. Mijn moeder had besloten mij geen seconde meer uit het oog te verliezen.
Maar zo gauw het ook maar weer ietsje beter met me ging en de vervelende thermometer aangaf dat ik weer gewoon 37 graden was, was  het afgelopen met de speciale behandeling.  En gelukkig maar!

Ook nu heb ik de griep weer overleefd.  Zonder kamillethee of ingeweckte bosbessen, maar met paracetamol en gewone thee met honing. En ik weet niet helemaal zeker of het door de koorts kwam maar in het heetst van de strijd tegen dit griepvirus verlangde ik even stil naar de tijd waarin ik nog een kind van twee zorgende ouders was.

©Lizziebizzies, februari 2019

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *