Collega’s?

Ineens zijn we allebei thuis. Niet omdat we gestopt zijn met werken, maar omdat we in verband met het coronavirus zo veel mogelijk van thuis uit werken.
Op de eettafel, waar we toen de dochters nog thuis woonden regelmatig met acht personen aan zaten, staan nu twee laptops te zoemen. De tafel ligt bezaaid met telefoons, opladers, pennen, papier, allerlei prints, ordners en twee glazen thee.  Het is vreemd om op mijn laptop in mijn werkomgeving te zijn, terwijl mijn man tegenover mij in zíjn werkomgeving zit. We zijn behalve man en vrouw ineens ook een soort van collega’s.
Hij voert zijn gesprekken met de speaker aan. Loopt daarbij heen en weer door de huiskamer en slurpt af en toe aan zijn theeglas. Ik probeer hem als collega te zien en sluit me af door de radio zacht aan te zetten. Vervolgens loopt hij druk pratend naar de radio en zet ‘m uit… Ik luister naar zijn telefonisch betoog en het kost me moeite me niet te bemoeien met het gesprek dat hij voert. Mijn ‘werkoren’ staan aan en ik kan me maar moeilijk afsluiten.
Als hij klaar is met bellen, vertelt hij mij gezellig de toestand in de wereld die hij vanmorgen via het nieuws op tv heeft gehoord. Ook de krant wil hij uitvoerig met mij bespreken.  Ik wil me echter concentreren op mijn werk en vraag hem even te wachten. Onze rollen zijn verwarrend. We moeten allebei wennen aan het sámen werken in dezelfde ruimte, aan dezelfde tafel.
Als ik een telefoontje pleeg met een helpdesk schuift hij mij een briefje toe waarop de boodschap staat: vraag om een hyperlink per mail!  Ik wil hem niet teleurstellen in het meedenken en stel de vraag aan de behulpzame man van de helpdesk. “Niet nodig mevrouw, het is al opgelost” antwoordt de man. Blij dat het is opgelost doe ik verslag van mijn gesprek met de helpdesk aan mijn man die me wazig aankijkt en zegt: “stil even, ik moet nadenken…” En zo werken wij een dag samen thuis aan één tafel.

Tijdens de lunchpauze,  aan het gedeelte van de tafel dat nog vrij is,  genieten we van een boterham en van het zonnetje dat de tuin en de huiskamer in lentesferen brengt. Nu zijn we even geen collega’s meer.
Als we na een tweede gedeelte van een werkzame thuisdag  “uitgewerkt” zijn gaan we ieder weer onze eigen weg in huis en tuin.

Maar vandaag ben ik vrij. Terwijl ik boven op één van de onlangs vrijgekomen kamers wat aan het opruimen ben probeer ik me voor te stellen hoe het zal zijn als we beiden niet meer werken…
Ik kijk naar het oude bureautje van mijn moeder dat hier rustig mooi staat te wezen. Ik haal mijn laptop van beneden en richt het oude bureautje zo in, dat ik voortaan hier vandaan makkelijk kan werken, mijmeren, fantaseren en muziek luisteren.  Een kamer op het zuidwesten met uitzicht op de tuin. Dit wordt mijn kamer besluit ik vandaag. En dat blijft zo. Ook na mijn arbeidzame jaren.

© Lizziebizzies, 18 maart 2020